Eerste resultaten nazorgtraject LAR in Groningen

Veel ziekenhuizen staan aan het begin van een procedure om nazorg op te tuigen voor patiënten na een Low Anterior Resectie (LAR). Een verstandig initiatief, zo blijkt na ruim een jaar praktijkervaring in het Martini Ziekenhuis in Groningen. Het nazorgtraject is hier in eerste instantie speciaal ingericht voor mensen met klachten na het opheffen van hun tijdelijke stoma.

Door Astrid Solle, stomaconsulent Martini Ziekenhuis Groningen.

Na een Low Anterior Resectie krijgt een deel van de patiënten LAR-syndroom: klachten zoals fecale incontinentie, vaak naar de wc moeten of de ontlasting niet kunnen ophouden. Dit vindt voornamelijk plaats in de eerste zes maanden na de operatie. Door het ontbreken van een nazorgtraject in ons ziekenhuis bestond de mogelijkheid dat patiënten in een zwart gat vielen zodra hun tijdelijke stoma was opgeheven en zich problemen aandienden. Tijdens mijn UCS-opleiding heb ik hier een project van gemaakt en dat is als traject geïmplementeerd in ons ziekenhuis.

Stappenplan
Ons nazorgtraject bestaat uit een aantal stappen. Alle patiënten die een stoma hebben gehad komen 4 tot 6 weken na het opheffen van de stoma bij ons op de stomapoli. Wij evalueren dan het defecatiepatroon, nemen een LARS scorelijst af en kijken hoe de Bristol Stool Chart is. Daarna checken we of de patiënt bij de bekkenbodemfysiotherapeut is geweest. In principe gaat de patiënt voor het opheffen van de stoma al naar de bekkenbodemfysiotherapeut. Bij klachten starten we met één- à tweemaal daags psylliumvezels en geven instructie over het innemen. De patiënt krijgt voedingsadviezen en ontvangt een folder hierover om thuis door te lezen. Helpt dit niet dan starten we met loperamide voor het indikken van de ontlasting. Eventueel kan een vervolgstap naar darmspoelen worden gezet.

Cijfers
In het Martini Ziekenhuis hebben circa 55 personen in 2018 dit nazorgtraject doorlopen. Voor mij persoonlijk zijn de aantallen niet zozeer van belang: als je 10 mensen kunt helpen is dat ook fijn. Sinds de implementatie van het traject is er één patiënt geweest die door aanhoudende problematiek opnieuw een stoma heeft gekregen. Over het algemeen is de gemiddelde tijdsduur waarin de problemen zich voordoen door het inzetten van een behandelplan aanzienlijk verkort.

Erkenning
Het heeft enige moeite gekost om de chirurgen in ons ziekenhuis te overtuigen van het nut om een nazorgtraject voor deze groep patiënten in te richten. Sommigen waren terughoudend volgens het principe ‘tijd heelt alle wonden’. Zij zien nu echter dat mensen spoediger herstellen door een goede begeleiding in combinatie met medicatie. Dat geeft de nodige erkenning van mijn activiteiten en leidt ertoe dat artsen steeds vaker naar mij verwijzen en zelfs om advies vragen. Ik denk dat het een goede zaak is dat we hier beleid voor hebben gemaakt.

Voorlopige conclusie
In ruim een jaar tijd heb ik veel gegevens verzameld die nog wel moeten worden verwerkt. Vooruitlopend op de cijfermatige onderbouwing kan ik voorlopig concluderen dat de chirurgen, patiënten en ikzelf een goed gevoel hebben over het traject. Mensen zitten soms in eerste instantie huilend bij mij aan tafel: “Als het zo moet dan heb ik liever weer een stoma.” Maar wanneer je volgens protocol een aantal stappen volgt, hebben deze mensen na een aantal weken hun kwaliteit van leven meestal weer terug. Zij slapen ’s nachts goed en durven de deur weer uit. Dat is pure winst.

Wanneer stomaverpleegkundigen in andere ziekenhuizen ook een LAR-nazorgtraject voor patiënten willen inrichten dan sta ik ervoor open om informatie te delen. Je kunt mij bereiken via a.solle@mzh.nl.


StomaKennisNetwerk maakt gebruik van cookies.

Om de website van StomaKennisNetwerk goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.